De
eerste Bailly die we tegenkomen is:
Antoine
Bailly.
Hij leefde en werkte in Mirecourt rond 1770. In 1772 verliet
hij Mirecourt maar we weten niet waar heen.
Een andere Antoine Bailly
werkte in die zelfde periode als stokkenmaker in Mirecourt.
Joseph Bailly
maakte in Mirecourt tussen 1750 en 1800 violen naar eigen
model. Met een rood-bruine lak.
Paul
Joseph Bailly, werd geboren in Mattaincourt op
13 april 1844 en stierf in 1915.
Hij is opgeleid in Mirecourt bij Jules Gaillard Lajoue,
Prosper Cabasse en Grandjon. Werd medewerker van Claude
François Vuillaume, die hem naar Parijs stuurde naar J.B.
Vuillaume. daar bleef hij vele jaren tot hij vioolbouwer
werd aan de Muziek Academie van Douai. In 1884 verhuisde
hij weer naar Parijs en later naar Londen. In 1892 was hij
weer terug in Mirecourt waar hij instrumenten maakte voor
vooraanstaande firma's in Londen en Parijs. In die tijd
had hij ook vele leerlingen. In 1898 keerde hij terug naar
Parijs. Hij bouwde naar veel verschillende modellen maar
toch het meest naar de "Messiah", het beroemde
model van Stradivari.
Zijn cello's zijn nogal groot, lakt in een prachtige notenbruine
olie vernis. De verfijnde klank van zijn instrumenten is
zeer harmonieus en getuigt van een groot vakmanschap.
In zijn laatste jaren werd hij bijgestaan door zijn zoons:
Charles
Bailly, geboren op 18 januari 1879 in Mirecourt
als zoon van Paul Joseph Bailly. Hij werkte vooral naar
het model van Stradivari en voorzag zijn instrumenten van
een een bruine of rode lak
Jean
Bailly, een ander zoon van Paul Joseph, werkte
tussen 1900 en 1935 in Parijs en vertrok in 1935 naar Meru
in Oost Afrika. Hij werkte vooral naar het model van Guarneri
del Gesu. Er is een label bekend met de naam J. Bailly met
daarover een handgeschreven signatuur Jenny
Bailly
|