Er
zijn veel vioolbouwers met de naam Hopf bekend. De meeste
hebben gewoond en gewerkt in Klingenthal en Markneukirchen,
andere in Brunndöbra , Leitzmeritz in Bohemen, Zwotenthal
of Quittenbach.
Caspar
Hopf, geboren in Graslitz in 1650 en overleed na 1708.
Vestigde zich eerst in Klingenthal. In de periode1689 tot
1690 was hij een van de belangrijkste leden van het vioolbouwers-
en luitenmakersgilde in Markneukirchen samen met Johann
Georg Poller, Caspar Schönfelder en de gebroeders Christian
en Johan Caspar Reichel.
Caspar
Hopf II, we weten alleen dat hij stierf
op 21-08 1711 in Stollberg. Misschien is hij wel de
beste vioolbouwer geweest in Klingenthal. zijn violen hebben
mooi hout en zijn goed van klank maar hebben nog niet de
typische karakter kenmerken van de latere Hopfmodellen.
Hij was wel de eerste die de naam Hopf aan de viool verbond.
Hij was een gezien burger in Klingenthal en had als vioolbouwer
enige faam verworven. Zijn viool was een smal model, de
grootste breedte was 20,2 cm beneden en boven slechts 16,2
cm. Met hun kleine toon klonken de instrumenten toch
vol en aangenaam.
Georg
Caspar Hopf, geboren in 1677. Hij behaalde
zijn meesterstitel in 1701 in Markneukirchen en verhuisde
in1716 naar Klingenthal.
Johann
Michael Hopf was een broer van Georg Caspar
Hopf. Hij werkte in Markneukirchen tussen 1701 en 1716.
Hij was meesterbouwer en lid van het bouwersgilde aldaar.
Na 1716 werkte hij in Klingenthal.
Christian
Donat Hopf geboren in Klingenthal in 1700
was waarschijnlijk een zoon van Caspar Hopf. Hij behaalde
de titel Meesterbouwer in 1724
Caspar
Hopf II, stierf in Klingenthal in 1711
David
Christian Hopf, geboren in Quittenbach in 1734.
Hij was een van de betere vioolbouwers en behoorde tot
het bouwersgilde van Markneukirchen.
Friedrich
Gottlieb Hopf, werkte tussen 1739 -1768 in Klingenthal.
Werd meester en lid van het gilde in 1739.
Hij is waarschijnlijk een zoon van Christian Donath Hopf.
Hun violen hebben dezelfde stijlkenmerken.
Johann Christian Hopf,
werkte tussen 1747 en 1776. Zijn modellen wijken af van
de gebruikelijke Hopf violen. Zijn instrumenten zijn over
het algemeen slecht gelakt.
Georg
Friedrich I, Klingenthal circa 1718. Hij
is alleen bekend van de gildelijst in Klingenthal.
Georg
Friedrich II, Klingenthal ca. 1783. Middelmatig
werk en modellen die afwijken van de traditionele Hopf violen.
Hij heeft ook in Mittenwald gewerkt. Hij was waarschijnlijk
een zoon of kleinzoon van Caspar Hopf II.
Christian
August Hopf, Klingenthal ca 1782. Meesterbouwer
die een groot aantal tweederangs violen heeft gemaakt om
te kunnen voldoen aan de vraag naar goedkope instrumenten.
Hij heeft ook goede instrumenten gebouwd. De goedkope violen
hadden geen ingelegde randversiering maar inplaats daarvan
een getekende lijn. Het hout voor het bovenblad was altijd
van goede kwaliteit en de lakt meer dan gemiddeld.
Zijn betere instrumenten hadden een goede klank.
David
August Hopf, werkte
in Klingenthal tussen 1762 en 1686. Een van de echte vertegenwoordigers
van de Hopffamilie. Zijn violen hebben de typische Hopf
stijlkenmerken.
David
August Hopf II,
geboren in 1734. Hij werkte in Zwotenthal. Waarschijnlijk
een zoon van David August Hopf
Hun violen zijn het zelfde van karakter.
Carl
Friedrich Hopf, Klingenthal , Brunndöbra, geboren
in 1811 in Klingenthal en overleed in 1892. Zijn typisch
Hopfmodel was erg populair. De lak is licht bruin. Hij merkte
zijn instrumenten met CF Hopf op de binnenkant van het onderblad.
Na 1850 werkte hij in Brunndöbra.
Carl
August Hopf,
geboren in 1832 in Klingenthal.en overleed in 1918 in Brunndöbra.
Hij was de zoon en leerling van Carl Friedrich Hopf
en volgde hem in1892 op. Zijn instrumenten lijken op die
van zijn vader en leermeester.
Chistian
Friedrich Hopf, werkte omstreeks 1790. Moest
op jonge leeftijd in het leger en alle sporen zijn vanaf
dat moment verdwenen. zijn werk is eveneens verloren gegaan
of is niet gesigneerd geweest ofschoon hij opgeleid was
als meesterbouwer.
David
Hopf I, werkte in Leitmeritz in Bohemen rond
1800. Hij nam het model van de David Tecchler in Salzburg
over. Hij is van origine Duitser; of hij verwant is aan
zijn naamgenoten is niet helemaal zeker.
David
Hopf II, Werkte rond 1830 in Klingenthal. Zijn
instrumenten tonen de neergang van het eens beroemde Hopf
model. De lak is vaal bruin en de f-gaten vertonen weing
elegantie.
David
Hopf III, rond 1860
in Leitmeriz in Bohemen, Het is niet bekend of hij familie
is van David Hopf I.
Hij signeerde zijn werk met en H of HOPF op de top
van het onderblad.
Friedrich
Erdmann Hopf, rond 1750 in Klingenthal en Quittenbach.
Was een goede vioolbouwer.
Johann
Gottfried Hopf, rond 1780 in Klingenthal, Er
zijn geen instumenten van hem bekend. Hij komt wel voor
op de gilde lijst van het vioolbouwers gilde in Klingenthal.
Friedrich
Wilhelm Hopf, rond 1800 in Zwotenthal in Saksen.
Hij bouwde hoog gewelfde instrumenten.
Josef
Hopf, 1877 Klingenthal.
Er is alleen bekend dat de lak van zijn violen rood
was.
Friedrich
August Hopf I, geboren in !779. De lak van zijn
violen was notenbruin.
Friedrich
August Hopf II, geboren in 1812. Zijn instrumenten
waren roodbruin gelakt.
Friedrich
Carl Hopf, Quittenbach rond 1805.
Was behalve meesterbouwer ook een bekende bassenbouwer.
Willi
Hopf, 20e eeuw Wehen. Opgeleid in Mittenwald.
|