Jean
Pajot (1765 – 1847),
was een Franse boer die probeerde violen te bouwen zonder
er verstand van te hebben. Hij hakte de krans en het achterblad
uit een stuk noten hout.
Zijn zoon Gilbert Pajot (1795 – 1853) ging
in de leer bij Charotte en Vaquin en legde hiermee de basis
voor een goede vioolbouwers traditie in Janzat. Hij merkte
zijn violen met: Pajot
ŕ Jenzat
Jean
Baptiste Pajot I
(1817 – 1863)
leerde het vak in Mirecourt en Parijs. Was vooral bekend
om zijn verfijnd snijwerk in hout en ivoor. Zijn instrumenten
dragen ook het merk: Pajot
ŕ Jenzat
Jacques
Antoine Pajot I (1835 – 1877) Neef en opvolger van Jean Baptist Pajot I.
Jacques
Antoine Pajot II (1847 – 1897) werd Pajot
Le Jeune genoemd. Werkte eerst samen met Jean Baptist Pajot
I en Jacques Antoine Pajot I. Na 1875 werkte het zelfstandig.
Hij signeerde zijn instrumenten met:
Pajot Jeune, facteur d’instruments a Jenzat, par Gannat(Allier)
Jean
Baptiste Pajot II (geboren in Jenzat
in 1863), zoon en opvolger van Jacques
Antoine Pajot I.
Pimpard was zijn leermeester en
had de leiding in het familie bedrijf en voerde verschillende
technische verbeteringen door. Jean Babtist heeft zich vooral
bezig gehouden met het bouwen van draailieren.
Joseph Pajot
(geboren
op 30 augustus 1868 in Jenzat)
was zoon, leerling en opvolger van Jacques Antoine Pajot
II. Goed vakman.
Hij signeerde met: Pajot Jeune, Nouvelle Maison a Jenzat, Allier
|