
Jacob Stainer
leefde en werkte in Absam bij Innsbruck. Hij werd geboren
in 1621 en is er in 1683 gestorven. In zijn tijd en misschien
wel voor altijd was jacob Stainer de beste meestervioolbouwer
van Duitsland en wordt beschouwd als de aartsvader van de
Duitse viool.
Geboren in een streek waar houtsnijders werkzaam waren is
het begrijpelijk dat Stainer deze vaardigheid vaker toepaste
in de prachtige gesneden kopjes van zijn instrumenten. Bouwtechnisch
was Stainer een meester en bovendien speelde hij voortreffelijk
viool.
Over de Italiaanse invloeden op zijn bouwstijl valt te twisten
ook al weten we dat Stainer in Cremona heeft gewerkt. Er
is een viool gevonden die afkomstig is uit het atelier van
de broers Antonio en Giralmo Amati. In deze viool staat,
van buitenaf onzichtbaar, een etiket van Stainer en op het
halsblok zijn signatuur. Ook zijn de uiterlijke kenmerken
van Stainers bouwwijze overduidelijk aanwezig. Dit feit
maakt aannemelijk dat Stainer, in het bijzonder en de Zuidduitse
vioolbouw in het algemeen, invloed heeft gehad op de vroege
Italiaanse vioolbouw zoals sommige beweren en niet omgekeerd.
Evenals
de Amati`s waren de Stainer violen in die tijd en nog lang
daarna meer geliefd en gevraagd dan die van de Cremonese
meesters door hun briljante klank en lieflijke toon, geheel
passend in het klank ideaal van de 17e eeuw.
Wat vorm en klank betreft ging Stainer geheel zijn eigen
weg. Zowel het onder- als bovenblad zijn hooggewelfd. Als
men het instrument horizontaal houdt kan men door beide
f-gaten tegelijk kijken. Het midden van het klankblad is
vrij dik maar neemt naar de randen toe snel af. De f-gaten
zijn veel kleiner dan die van de Italiaanse violen. Stainers
instrumenten zijn over het algemeen perfect gebouwd, de
rood-gele lak van een bijzondere schoonheid. Het is geen
wonder dat de Stainerviolen in grote getale gekopieerd zijn
en er meer "Stainers" bekend zijn dan de meesterbouwer
ooit zou hebben kunnen maken.
De
vioolbouwers Alban en Kloz waren leerlingen van Jacob Stainer
en zijn sterk door hem beïnvloed maar hebben de meester
nooit kunnen evenaren laat staan overtreffen. Hij is omgeven
door vele mysterieuze zaken en wat weten is een mengeling
van waarheid en dichterlijke vrijheden, sprookjes en werkelijk.
De werkelijkheid en de waarheid vinden we terug in zijn
violen,. In hun schoonheid en klank ligt het bewijs dat
Jacob Stainer een der groten van de vioolbouwkunst is. De
enige niet-Italiaan die op een lijn gezet kan worden met
de beroemde Cremonesers.
Over het leven van Stainer is niet echt veel bekend. Waarschijnlijk
is de jonge Stainer als houtsnijder begonnen. Rond 1640
loopt zijn spoor naar Salzburg waar hij instrumenten repareerde.
In 1645 was hij in München en in 1648 in Ventië. In 1649
is hij terug gekeerd naar Absam en is er gebleven. Hij maakte
instrumenten voor Karl Liechtenstein Castelcorno, vorst
en bisschop van Olmütz. Hij verkocht zijn violen aan handelaren
die met de zoutkaravanen vanuit heel Europa naar Hall kwamen.
Ook leverde hij aan het hoforkest van aartshertog Ferdinand
Karl en werd in 1658 vioolbouwer aan het hof.
In 1669 werd Stainer aangesteld als leverancier en hofmuzikant
aan het hof van de Habsburgse keizer Leopold I. Ook leverde
hij violen aan de Oostenrijkse kloosters die door keizer
Joseph II werden opgeheven. De meeste van deze violen werden
toen naar Engeland verkocht.
150
jaar lang was Jacob Stainer de meest geliefde maar ook de
meest geïmiteerde en vervalste vioolbouwer. Zelfs in Italië
bewonderde men zijn instrumenten vanwege hun lieflijke klank
en hun licht aanspreekbaarheid.
|