In
Vlaanderen en Brabant was in de 15e eeuw al een bloeiende
schilderkunst tot ontwikkeling gekomen die een grote
uitstraling had in de Hollandse steden. De grafelijke
en bisschoppelijke hoven ondervonden door hun familiebanden
meer internationale invloeden. In verschillende schilderstukken
van anonieme Hollandse meesters zijn duidelijk de
invloeden van de zuidelijke Nederlanden en die van
de internationale gotiek waar te nemen, m.n. de doorgezakte
s-vorm in de mensfiguren, de strakke plooival en de
veel voorkomende vergulde achtergrond.
Pas toen steden als Alkmaar, Delft, Leiden, Amsterdam
en andere Hollandse steden enige omvang en betekenis
kregen, ontwikkelde zich hier een eigen vorm van schilderkunst.
De stad die het meest heeft bijgedragen aan de ontwikkeling
van de Noordnederlandse schilderkunst, is Haarlem
met als belangrijkste schilder Geertgen tot St Jans
(1465-1495). Hij woonde volgens Karel van Mander "
tot den St. Ians Heeren in Haerlem". Een van
de vroegste werken van de Nederlandse schilderkunst
is Geertgen's "Verheerlijking van Maria en Kind".
Een paneel dat het verhaal vertelt van de Openbaring
van Johannes.
"En daar werd een groot licht gezien aan de hemel,
een vrouw bekleed met de zon. De maan was onder haar
voeten en op haar hoofd een kroon met twaalf sterren".
Geertgen heeft het bijbelse visioen van Johannes weergegeven
als een nachtelijk tafereel, waarbij Maria in een
stralenkrans van de zon verschijnt op een liggende
maansikkel. Onder de maansikkel de draak als symbool
van het door Christus overwonnen kwaad. Uit alle richtingen
komen engelen op het felle licht toegevlogen om ter
ere van Maria en Kind muziek te maken. Het engelenconcert
is heel bijzonder door het groot aantal en de vele
verschillende en ongebruikelijke instrumenten.
Het Jesuskind speelt met twee klauwbellen die we terug
zien in de handen van een engel links op het paneel.
De klauwbel verwijst naar de bel die gebruikt wordt
tijdens het misoffer in de kerk. Meer naar boven zien
we een engel met een draailier, het instrument voor
volksvermaak. Verder een engel met een eenhandsfluit,
die ook een trommel bespeelt. Een orgel dat door een
blaasbalg wordt aangeblazen, een bediendeklok als
symbool van de nederigheid. Daarnaast een vedel, een
luit en harp, de instrumenten uit hoofse en kerkelijke
kringen. Het is voor het eerst dat in de Nederlandse
schilderkunst een strijkinstrument is afgebeeld. Ook
zien we zelfgemaakte instrumenten zoals de haardtang,
voorzien van bellen en de triangel waaraan ringen
zijn bevestigd. Onder aan de rand van het paneel liggen
twee engel die een trompet bespelen en een knielende
engel met klokken. Een overdadig muzikaal eerbetoon
aan Moeder en Kind.
Bij muziekinstrumenten in de beeldende kunst denken
we aan vedels, gamba`s, clavecimbels, luiten en later
violen en cello`s en andere instrumenten met een hogere
muzikale status. Of aan de doedelzak, de draailier,
de fidel, die bij volksfeesten populair waren. Op
het vroeg-Hollandse paneel van Geertgen zien we ook
instrumenten uit de grensgebieden van de muziek: haardtangen,
triangels, kookpotten, klauwbellen, hoorns en kleppers.
Het spelen op de kookpot is het klepperen met twee
bordjes op de rand van de pot, waarbij de pot zelf
als resonantieruimte dient om het klepperen te versterken.
" Het spelen op de pot" is voor de armen.
Geertgen tot St. Jans gunt de armetierige kookpot
een plaats in het engelenconcert naast de hoofse vedel,
luit en de harp.
Geraadpleegde
literatuur: O. ter Kuile: 500 jaar Nederlandse Schilderkunst
Annemies Tamboer: De onderkant van de muziek
|