Picasso
is samen met George Braque de grondlegger van het
Kubisme.
Op de “Independant van 1908” in Parijs
noemde de kunstcriticus Vauxelles het werk van Picasso
en Braque "" Bizarries Cubique""
en gaf daarmee de naam aan een kunststroming die de
beeldende kunst van de 20e eeuw richting heeft gegeven.Het
begon in 1907. Picasso hield zich vooral bezig met
archaïsche sculptuur en Afrikaanse kunstvormen.
Wat Picasso speciaal in deze kunst boeide waren van
de kubus afgeleide vereenvoudigde vormen. In 1907
paste hij deze blokvormen toe in het geruchtmakende
“Les Demoiselles d`Avignon”
George Braque maakt tegelijkertijd vooral onder invloed
van Cézanne schilderijen waarin hij de vormen
analyseert en terugbrengt tot driedimensionale grondvormen
die afgeleid zijn van de kubus. De Kubisten verscherpte
de gedachte van Cézanne. Zij verwijderden zich
nog verder van de zichtbare werkelijkheid. Ze willen
de werkelijkheid niet “reproduceren” maar
deze door een gelijkwaardige schepping vervangen.
Een zelfstandig uitgebalanceerde creatie, “Een
spel van de Geest” zegt Picasso.
De ruimte verdwijnt, een uiteengereten vibrerende
structuur van vlakken verbreekt de leegte. Gebroken
over elkaar schuivende vlakken ontstaan, die de bewegingen
accentueren of juist er tegenin gaan. Het licht verliest
haar functie als belichting door het ontbreken van
een vast lichtbron. Lichte en donkere partijen zijn
willekeurig over het schilderij verspreid en alleen
daar aangebracht waar zij de dramatische gebeurtenis
moet versterken. Het licht ontstaat nu uit kleur en
toon. De vormen worden met opzet gedeformeerd, in
kleinere rechthoekige en kubusachtige vlakjes uitgevouwen.
Daarnaast ontstaan kubusvormen die volledig driedimensionaal
gedacht zijn. De vormen geanalyseerd.
Dit was het begin van het Analytisch Kubisme.
George Braque ontwikkelde ongeveer tegelijkertijd
het Synthetisch Kubisme.
De ruimtelijke structuur wordt hier volledig tweedimensionaal.
Er is slechts een ruimtelijke vibratie overgebleven.
De verschillende plans zijn over elkaar heen geschoven
en maken de constructie open en transparant. Het licht
is niet van buitenaf opgelegd maar komt voort uit
het schilderij zelf en maakt deel uit van het wezen
van de compositie. George Braque noemt het: “De
natuur in kunst veranderen”. Hier en daar ziet
men tekens die het werk leesbaar maken. Getallen en
letters worden deel van het beeld en accentueren het
karakter van het kunstwerk. Later worden krantknipsels,
stukjes hout en textiel toegepast. Zo ontstaat de
kubistische montage. Zonder een duidelijke grens te
kunnen trekken komt het kubisme van analytisch in
een synthetische fase. Het doel blijft evenwel het
zelfde: De zichtbare wereld binnen een poëtische
dimensie herscheppen . Het ovale vioolstilleven van
Picasso uit 1912 getuigt van deze overgang. Een subtiele
detaillering in een streng ritme doet de vlakken resoneren.
In de muzikale vormentaal zijn herkenbare iconen als
leestekens zichtbaar geworden.De kunstenaar stelt
zich voor de moeilijkste artistieke opgave door de
compositie in een precieze ovaal te plaatsen.De textuur
wordt rijker en de vormen speelser. Een Kubistisch
Rococo lijkt zich te manifesteren.
Een andere wending brengt het Kubisme in een nieuwe
fase. “De Viool” uit 1913 is opgebouwd
uit eenvoudige vormen. Een opbouw van zuiver geometrisch
vereenvoudigde elementen. Een wat statische constructie
die door enkele tekens op bijna ironische wijze met
de werkelijkheid verbonden is. Het is de meest abstracte
periode van Picasso`s Kubisme. Een richting die hij
al snel zal verlaten maar door Juan Gris voort wordt
gezet.
|