|
Metgezel van Vreugde, Medicijn tegen Pijn
Vóór de 15e eeuw komt men in de beeldende
kunst nauwelijks muziekinstrumenten tegen. Pas in
de 15e en 16e eeuw worden de afbeeldingen van instrumenten
en muzikanten talrijker. De speelman, zoals de muzikant,
zelfs tot in de 19e eeuw, genoemd werd, maakte een
soort muziek die bij de burgerij niet in aanzien stond.
De speelmannen behoorden meestal tot de zelfkant van
de maatschappij, hadden vaak geen vaste woonplaats
en werden tot de zwervers gerekend en waren lang rechteloos.
Bepaalde muziek en de instrumenten waarmee die muziek
gespeeld werd, werden direct in verband gebracht met
zinnelijkheid en zonde. Men dacht bij muziek al snel
aan dronkenschap en losbandigheid. De vroege afbeeldingen
waren dan ook eerder moraliserend dan een weergave
van de rol die de speelman maatschappelijk in werkelijkheid
vervulde. In de iconografie had de speelman de rol
van de commentator. Zonder echt deel te hebben aan
wat er gebeurde deed hij verslag van huiselijke taferelen,
feesten, caféscènes en intimiteiten
waarbij hij ondersteund werd door een rijke symboliek.
Een andere rol die de speelman werd toebedeelde was
die als symbool van de Dood. Dood en speelman staat
voor vergankelijkheid en niet zelden wordt de Dood
met een muziekinstrument afgebeeld. Ook zo`n rol speelde
de nar in de symboliek en nar en speelman zijn vaak
verwisselbaar.
In de 17e eeuw ontstaat er in de Nederlanden het type
genre-schilderij dat het burgerlijk leven en de burger
interieurs als onderwerp heeft. De muzikant blijft
hier, omgeven door symboliek, de commentatorfiguur.
Het gaat vaak om feestelijke taferelen met goed gedekte
tafels waarbij de muzikant op de achtergrond blijft.
Zonder aan het feest deel te hebben is zijn rol de
feestvreugde te vergroten. Ook in de boeren- en herbergscènes
van van Ostade en Brouwer zie je de speelman als zodanig
afgebeeld. Nog steeds heeft de muzikant in de 17e
eeuw geen goede status. Hij zou behalve drankzuchtig
ook lui en onbetrouwbaar zijn.
Door de grote welvaart kreeg de burgerij grote invloed
en macht. Van het begin van de 16e eeuw begonnen de
gegoede burgers in huiselijke kring zelf muziek te
maken. Zij kozen niet de muziek en het instrument
van de kerk of adel en aristocratie, de vedel, maar
namen elementen uit de volksgebruiken over. Het gevolg
was een veranderende houding ten aanzien van de instrumentale
muziek en de viool en later cello. Muziek werd een
geliefde metafoor voor harmonie en een gematigde levenswandel.
Vanuit dit oogpunt ontstonden er aan het eind van
de 16e en begin 17e eeuw in de Nederlanden familieportretten
waarop de familieleden musicerend staan afgebeeld.
Voorbeelden hiervan zijn schilderijen van Frans Floris,
Hendrik Cornelis van Vliet, Jan Miense Molenaar. Ook
in schilderijen van Jan Steen en Johannes Vermeer
zien we musicerende mensen met een dieperliggende
betekenis in het afgebeelde tafereel.
Een andere betekenis krijgt de muzikant in schilderijen
waar men neerslachtig luistert naar muziek. Muziek
als medicijn tegen verdriet wordt een geliefd onderwerp,
maar ook het omgekeerde, de vreugde van het muziek
beluisteren en muziek als brenger van een feestelijke
stemmig. " Musica laetitiae comes medicina dolorum",
muziek metgezel van vreugde, medicijn voor verdriet….
staat geschreven op de binnenkant van de deksel van
een virginaal dat bespeeld wordt door een vrouw op"
De Muziekles " van Johannes Vermeer.Het schilderij
wordt doorgaans gezien als een amoureus spel. Het
is onzeker of de muziek als troostend medicijn dient
voor de aandachtig luisterende man.
Enige hoop op vertroosting is te vinden in de steelse
blik waarmee de spelende vrouw via de spiegel de man
bekijkt. Of is het meer realistisch? Het is geen standaard
melancholieke houding waarop de man daar staat. Is
het de muziekleraar? Dus toch Muziekles? Zekerheid
verschaft Vermeer ons hierover niet, hetgeen kenmerkend
mag zijn voor de kunstenaar.
|