Zeker tot
in de 2e helft van de 17e eeuw vertoont
de vioolbouw in Vlaanderen grote overeenkomsten met de Hollandse
bouwtraditie. Vele intellectuelen en kunstenaars, waaronder
ook vioolbouwers weken uit naar de vrijere provinciën van
de Noordelijke Nederlanden, We kennen bijvoorbeeld de Amsterdamse
instrumentenmaker Artus Burlon. Hij was lid van de bekende
bouwersfamilie Burlon in Antwerpen. Er zijn vele 17e
en 18e eeuwse Vlaamse instrumenten bewaard gebleven.
Allen zijn gebouwd volgens de oude bouwtraditie.
Zoals in Holland en de Zuidduitse steden
bloeide de economie op en de burgerij kreeg meer macht.
Burgers, kooplieden, regenten gingen zelf muziek maken en
kozen de viool, ondanks de lagere status en de relatie tot
de speellieden en volkse dansmuziek. In Vlaanderen zien
we de viool verschijnen bij hofmuziek en in de kerk. In
de latere vioolbouw kon ook hier de Italiaanse invloed niet
uitblijven.
Van Mathijs Hofmans, Joannes Babtist Vander
Slagmeulen en Peeter Borlon zijn verschillende instrumenten
bewaard gebleven en te zien in het Brussels Instrumenten
Museum. De hoge kwaliteit van de Hofmans violen verraadt
de afstamming uit een luitenbouwers geslacht.
Peeter Borlon was ook als speelman in Antwerpen
bekend.
In de 18e eeuw raakt de vioolbouw in Vlaanderen
in vergetelheid.
Matthys Hofmans ca.1665
De bewaarde instrumenten zijn van matige
kwaliteit en vertonen speelman elementen.
L.J. de Ligne maakte hierop een uitzondering en bouwde sierlijke,
laaggewelfde instrumenten van goede kwaliteit. Hij heeft
waarschijnlijk in Brussel gewerkt voor hij naar Antwerpen
kwam.
Ook van De Ligne zijn enkele uitzonderlijk
fraaie instrumenten te bewonderen in het Brussels Instrumenten
Museum.
vervolg
|