
1. De pagina’s 24&25
uit een muziekcatalogus van 1938. (ad.gif)
Het zijn de nieuwste instrumenten.
Klassiek, maar vooral gebruikt in de popmuziek. De meeste
mensen hebben er al wel eens eentje gehoord of gezien, maar
dan vooral op de televisie…. de elektrische strijkersfamilie.
Ze zijn er vanaf zo’n 800 euro, in viool, combi viool/altviool,
altviool, cello en contrabas en ze hebben vaak een moderne
uitstraling, met gewaagde modellen in hippe kleuren.
Maar hoewel het grote publiek
ze nog ontdekken moet, zijn ze eigenlijk al zo modern niet
meer. De eerste advertentie van een elektrische viool (zie
afb. 1) duikt in 1938 plotseling op in de catalogus van
een Amerikaanse muziekwinkel. Hij is van het merk "National"
en strikt genomen semi-akoestisch. Een "gewone"
National viool werd omgebouwd met een volumeknop onder het
rechter f-gat en een pickup in (of vlak onder) de kam.
De electrische viool zit qua
techniek precies zo in elkaar als een elektrische gitaar.
De speler brengt een snaar in trilling en de snaar geeft
de trilling door aan een zgn. pickup. Deze pickup heet volgens
Theo Willemze officieel een "elektromagnetisch opnemerelement"
en is eigenlijk gewoon een elektromagneet, een stuk metaal
met zo’n 7000 omwindingen van staaldraad. In concertviolen
zitten vaak al meerdere pickups, voor elke snaar eentje.
De pickups maken van de trilling een elektrisch signaal
en sturen dat direct naar de versterker.
Daardoor is de traditionele
klankkast overbodig en kunnen de elektrische instrumenten
in allerlei modellen worden gebouwd.
Het ontwerp van de elektrische
viool heeft een lange weg afgelegd sinds het model naar
Amati en Stradivarius. Vooral in de jaren ’80 en ’90 werd
er volop geëxperimenteerd : Eric Jensen bedacht een zeer
minimalistisch ontwerp, Danny Ferrington ontwierp een elegante
variatie op de traditionele, akoestische, vorm en Tucker
Barrett maakte "zijn" violen van een transparant
soort acrylachtig plastic. Aan het begin van de 21e
eeuw zijn de overgebleven modellen ruwweg te verdelen in
drie categorieën, naar het voorbeeld van de drie marktleiders
: Fender, Yamaha en Zeta.
Fender
had al behoorlijk wat naamsbekendheid vanwege de kwaliteit
van met name de Fendergitaren en –versterkers, toen het
eind 50er jaren haar eerste viool op de markt bracht. Deze
viool lijkt van alle oudere modellen nog het meest op de
electrische violen van tegenwoordig ; hij is helemaal van
hout met een doorzichtige "kast". In 1958-59 werden
er zo’n 200 van verkocht en daarna nam Fender ze uit de
handel. Niet omdat er geen vraag naar was, maar omdat de
violen door het massieve hout en de nogal grove elektronica
veel zwaarder waren dan een akoestisch exemplaar. Wat natuurlijk
niet alleen vervelend speelde (omdat de linkerhand het instrument
mede ondersteunen moest), maar ook nog eens blessures op
kon leveren. Tegenwoordig maakt Fender haar violen in lichtgewicht,
naar een chique gestileerd model. De goedkopere modellen
zijn zwart of zwart/wit, die in de hogere prijsklasse worden
geleverd in kleuren als mahonie, donkerbruin en zwart/wit
(zie afb. 2).
2. Fender’s model FV1. (fv1.jpg)
Het bedrijf Yamaha ontstond
eigenlijk per toeval… de kinderen een klein dorpsschooltje
in het Japan van 1887 zongen altijd met orgelbegeleiding,
totdat het orgel stuk ging. De directie nam toen contact
op met de enige "technicus" in de omgeving : horlogemaker
Torakusu Yamaha, de derde zoon van een Samurai. Yamaha’s
interesse was gewekt en hij begon na de reparatie in zijn
vrije tijd zelf ook orgels te bouwen. Toen een hooggeplaatst
professor er daar eentje van onder ogen kreeg en de horlogemaker
onder zijn hoede nam, kon Torakusu zijn oude beroep vaarwel
zeggen en zich volledig richten op de bouw van muziekinstrumenten.
De bouw van elektrische violen begon bij Yamaha met de introductie
van strijkinstrumenten in hun "Silent System".
Inmiddels hebben ze een aparte lijn met concertmodellen
(zie afb. 3), die vooral bekend werd door de posters, cd’s
en videoclips van de dames van het Australische popstrijkkwartet
Bond.

3. Yamaha’s model EV-204
© Yamaha Nederland (yamaha.jpg)
Zeta
is met haar 21 jaar een nieuwkomertje in de branche. Deze
violen danken hun bekendheid met name aan Vanessa-Mae, de
stervioliste die in 1995 voor haar album "The Violin
Player" met haar Zeta in de zee Bach verhousde (zie
afb. 4). Overigens werd Vanessa-Mae indertijd verweten dat
zij met haar elektrische viool de klassieke muziek tekort
deed, net zoals enkele decennia eerder al over Bob Dylan’s
electrische gitaar en de volksmuziek gezegd werd. Ook de
folkviolist Marc O’Konnor –die van de film met Meryl Streep-
heeft in de jaren ’90 veel reclame gemaakt voor Zeta.

4. Vanessa-Mae als 16-jarige met haar elektrische viool,
model "Zeta Jazz" © EMI.
Andere, wat minder bekende
merken zijn bijvoorbeeld Agandara uit Frankrijk,
Starfish uit Schotland, Amadeus en Violectric
uit Groot Brittanië en het Amerikaanse Bridge. Daarnaast
wordt er in het amateur-circuit ook veel zelf gebouwd, naar
het model van de profi’s of naar eigen ontwerp. Andy Holliman
is een bouwer (oorspronkelijk alleen van elektrische gitaren)
die zowel op het Internet als in diverse boeken uitlegt
hoe je het beste zelf de viool van je dromen maken kunt.
Maar wanneer zou een (amateur-)violist/altist/cellist/bassist
nu een elektrisch exemplaar verkiezen boven het akoestische
instrument dat al vele honderden jaren zijn dienst bewezen
heeft?
Tijdens popconcerten bijvoorbeeld.
Veel bandjes maken gebruik van strijkers in hun ballads.
Bij live-optredens zijn akoestische instrumenten echter
moeilijk te versterken en gaat het geluid snel vervormen/rondzingen.
Onder een microfoon gaan staan belemmert de bewegingsvrijheid,
losse elementen zijn erg duur en de meeste klassiek geschoolde
strijkers houden hun dure en kwetsbare instrumenten het
liefst verre van poppodia en backstages. Een elektrisch
exemplaar is dan dé oplossing.
Ook cd-opnames met goedkopere
apparatuur (een minidisc b.v.) gaan stukken makkelijker
en beter met een elektrisch strijkinstrument. Wat je ook
voor cd wilt, -een opname van een klassiek vioolgeluid voor
bij een jazzcombo, een hardrockgitaar, of meer Nigel Kennedy’s
variant op Jimi Hendrix (een snerpend "wah-wah")-
zoek een leuke versterker of sluit je viool aan op een synthesizer
en the sky is the limit.
Hetzelfde als voor de effecten
geldt ook voor het bereik. Er zijn violen met 4, 5, 6 en
7 snaren, gestemd in kwinten òf in kwarten. Of neem een
viool die gewoon E A D G gestemd is, maar dan één of twee
octaven lager, speelt logisch en heeft toch een alt- of
cellogeluid.
De koptelefoons lijken vooral
prettig voor huisgenoten en omwonenden. Maar veel instrumentalisten
zeggen graag ’s nachts te studeren. Misschien ligt de aantrekkingskracht
daarvan juist wel in het feit dat het normaliter niet kan,
maar het lijkt erop dat de meeste kunstenaars toch echt
meer inspiratie vinden in de donkere stille nacht…. Nog
even doorsparen voor een Yamaha, dan maar?
Leuk extraatje voor de mensen
die graag iets bijzonders hebben zijn de opvallende ontwerpen.
Het publiek zal in elk geval praten over die doorzichtige
neonkleurige glittercello!
Tot slot, 5 vragen aan
de violisten/componisten Nico Dezaire en Jos van den Dungen. Beide
heren zijn als docent viool verbonden aan verschillende
muziekscholen : Jos aan de Tilburgse dans- en muziekschool
op de locaties Oisterwijk, Tilburg en Berkel Enschot en
Nico aan de muziekscholen in Veldhoven en Valkenswaard.
Verder zijn ze allebei in het bezit van een elektrische
viool en schrijven ze vioolboeken met o.m. wereld- en populaire
muziek. Nico is bekend geworden door zijn boeken als "Violin
Fun" en "Position 3", terwijl Jos het brein
is achter "Musical Souvenirs" en "Pop &
Folk for Little Stars". Beide hebben ze een Yamaha
; Jos heeft al zo’n 3 jaar een Yamaha Silent en Nico heeft
sinds de zomer het meest recente model, type EV-204
(zie afbeelding 3).
Nico en Jos, wat was voor jullie
- als beroepsmusici - de reden dat je besloot om een elektrische
viool aan te schaffen ?
Jos
: ,,Ik speel viool in een bandje, maar ik slaagde er met
een element op mijn akoestische viool niet in om een mooi
en bruikbaar geluid te produceren. Vooral het volume werd
een probleem. Bovendien nam ik mijn dure viool niet graag
mee naar rokerige en vochtige kroegen, waar niet al te eerbiedig
met instrumenten om wordt gegaan."
Nico
: ,,Ik heb af en toe optredens waarbij mijn viool versterkt
moet worden. Dit zijn meestal gelegenheden waarbij de muziekstijl
niet klassiek is, bijvoorbeeld met een combo. Verder bestaat
er onder bepaalde leerlingen nieuwsgierigheid naar de elektrische
viool. In de huidige popmuziek duikt hij namelijk regelmatig
op. Ik wilde me eerst zelf verdiepen in de elektrische viool,
om de mogelijkheden voor leerlingen af te tasten.
Waarvoor gebruik je jouw elektrische
viool in plaats van je akoestische ?
Nico
: ,, De kwaliteit van de Yamaha vind ik goed genoeg voor
optredens met een bandje of combo. De versterking van de
viool is erg eenvoudig en de klank van de Yamaha is voor
bepaalde stijlen soms ook nog iets geschikter."
Jos
: ,,Ik gebruik de viool exclusief voor het bandje, we spelen
Americana, een soort country. De silent violin klinkt behoorlijk
goed over een PA en gaat absoluut niet rondzingen. Voor
een zaaltechnicus is het een eenvoudige klus om er
een mooi en "verstaanbaar" vioolgeluid uit te
mixen."
Nico : ,,Ik gebruik de Yamaha
eigenlijk om 3 redenen : voor optimale versterking, voor
betere aansluiting bij bepaalde lichte stijlen en voor de
mogelijkheid tot vervorming van het geluid. Het is grappig
om hardrock-solo’s op je viool te kunnen spelen!"
Jos
: ,,Ik zou de viool nooit voor mijn opnames gebruiken omdat
mijn "dure"viool altijd mooier klinkt." (Jos
maakt altijd zelf de opnames van de cd’s die hij inspeelt
voor bij zijn vioolboeken, MM)
Wat vind je de voor- en nadelen
van je instrument ?
Jos
: ,,De voordelen : de viool ontstemt nauwelijks, hij klinkt
constant – en altijd zeer acceptabel, hij is gemakkelijk
te versterken , heeft geen last van rondzingen en hij kan,
eventueel, snoeihard."
Nico
: ,,Ik sluit me helemaal aan bij Jos."
Jos
: ,,De nadelen zijn dat het kinstuk niet verstelbaar of
vervangbaar is en de schoudersteun moet bij je passen.
Ook de kwaliteit van de kam was niet al te best; ik heb
een nieuwe laten snijden."
Nico
: ,,Bij mijn Yamaha is dat anders. Je kunt er een gewone
vioolsteun onder zetten, het kinstuk is verstelbaar en uitwisselbaar
en de kam is prima. Enig minpunt is dat de snaren wat hoog
boven de toets liggen. Een vioolbouwer kan hier wellicht
verbetering in aanbrengen door de kam eventueel in combinatie
met het kielhoutje aan te passen.
Jos
: ,, Het uiterlijk vind ik wel gaaf omdat de vorm tot de
essentie is teruggebracht.".
Nico:
,,Niet echt een nadeel van het instrument, maar een probleem
bij de aanschaf ervan is het feit dat vrijwel geen enkele
muziekzaak een elektrische viool op voorraad heeft. Dit
betekent dat je ofwel iemand moet kennen die er eentje heeft,
ofwel dat je op goed geluk een instrument uit een folder
bestellen moet."
Hebben jullie ook leerlingen
die elektrische viool spelen ?
Jos
: ,,Ik nog niet. Wel oud-leerlingen, trouwens."
Nico
: ,,Nog niet, maar dat gaat snel veranderen. Deze leerlingen
zijn aan het sparen en de bedoeling is om in de vioollessen
zowel plaats te maken voor de akoestische als voor de elektrische
viool. De muziekstijl wordt daarbij aangepast aan het type
viool. Ik sta erop dat leerlingen toch akoestisch viool
blijven spelen, omdat de snaren van de elektrische viool
wat gemakkelijker aanspreken. Het zou "vervlakking"
van de techniek kunnen opleveren als een leerling alleen
maar op de elektrische viool zou oefenen. Bovendien is de
klank van de akoestische viool toch altijd mooier en geen
enkele leerling zal dat ontkennen. Overigens mogen ze op
hun akoestische violen ook best lichte muziek spelen.
Wat zou je mensen aanraden, die erover denken om een elektrische
viool, altviool, cello of contrabas te kopen ?
Nico
: ,,Probeer er eerst één uit zodat je echt ervaart wat het
verschil is met de akoestische viool. Let op de klank en
stel jezelf praktische vragen, zoals "ontstemt de viool
snel of niet ?", "zijn de kinhouder en de schoudersteun
(mits die zijn bijgeleverd) goed aan je lichaam aan te passen
?" , "is er een volumeregeling per snaar ?"
en "liggen de snaren op de juiste afstand van de toets
?"
Jos
: ,,Maar ga bij de aanschaf niet alleen af op je eerste
impuls; probeer de viool onder verschillende omstandigheden
uit. Misschien kun je hem op zicht lenen voor een optreden
? Wees kritisch op de klank en het speelcomfort, vooral
op de fysieke aspecten -zit hij goed ?"
Nico
: ,,Ik zou iedereen willen aanraden om het gewoon eens een
keer te proberen, zodat je op z’n minst een goed oordeel
kunt vormen of elektrische viool misschien ook iets voor
jou is."
Meer weten ??
http://violin.fol.nl
, site van Mariska Offerman met veel informatie over
elektrische violen.
http://www.nicodezaire.cjb.net
, site van Nico Dezaire met informatie over zijn boekjes.
http://www.martinemussies.com,
site van de auteur van dit artikel.

|