De barokmuziek komt de laatste
tijd steeds meer in de belangstelling. De vraag naar authentieke
barokinstrumenten groeit. Musici willen de barokmuziek
in zijn oorspronkelijke vorm en klank weergeven. Ook voor
de bouw van de barokviool is weer aandacht en voor hoe
deze verschilt van de moderne viool zoals we die nu kennen.
De ontwikkeling van van de viool is er een van de kip
en het ei relatie met de ontwikkeling van de muziek
.
Pieter Claesz: Vanitas
De barokviool die we kennen
van de 16e en 17e eeuw was veel lichter bespannen dan
de viool van nu. De lagere snaardruk kwam mede door darmsnaren
e, a, d en de g-snaar was darm met zilver of koper omwonden.
Er werd schapendarm toegepast en geen kattendarm zoals
meestal wordt aangenomen. De kam was 3 mm lager en wat
dikker dan de moderne kam. De positie van de kam was zoals
we op 17e eeuwse schilderijen te zien is dichter bij de
snaarhouder. Over de plaats van de stapel is geen eenduidigheid.
Er zijn in de Begräbniskapelle van de Dom van Freiberg
een viertal instrumenten van de gebroeders Klemm, van
einde 16e eeuw, gevonden waar bij de stapel zelfs boven
de kam was geplaatst.
De stapel tussen boven- en onderblad was dunner en zorgde
voor een lichtere en meer geplaatste toon. De eigen resonantie
in het instrument was groter, maar de klank daarentegen
minder diep, kenmerkend voor de barokmuziek als
die gespeeld wordt op een dergelijk instrument.
De lagere snaardruk was ook een gevolg van het feit dat
de hals onder een hoek van 90 graden op de krans was geplaatst.
De hoek van de toets ten opzichte van het bovenblad ontstond
door de wig die tussen toets en hals werd gezet. De hals
was zo'n 10 mm korter en daarmee ook de toets. De toets
was niet langer dan nodig was voor het spelen van de muziek
van die tijd. Ook deze kortere maar ook lichtere toets
leverde een bijdrage aan de barokke klank van het instrument.
Tegen het einde van de 18e
eeuw onderging de viool een grote verandering. De belangrijkste
verandering was die van de halshoek. Deze werd niet langer
onder een hoek van 90 graden op de krans gelijmd en van
binnen met 3 nagels verankerd. Deze werd nu onder een
hoek van 81 graden in een spiegat in het halsblok ingezet
om de grotere snaarspanning te kunnen opvangen.
De hals en de toets werden verlengd om de "moderne"
muziek te kunnen spelen. Deze aanpassing vereist een zwaardere
en een wat langere zangbalk. Deze werd in die periode
met zo'n 50 mm verlengd tot ongeveer 270 mm.
De authentieke barokviool
werd gebouwd vanaf het einde van de 16e eeuw tot 1760.
In deze periode waren er al bepaalde ontwikkelingen. tijdens
de 17e eeuw experimenteerden vioolbouwers met de vorm
van de klankkast en de welvingen van de bladen om een
bepaalde karakteristieke klank te ontwikkelen. Voorbeelden
hiervan zijn de hooggewelfde instrumenten van Maggini,
het klassieke model van Nicola Amati en de beroemde violen
van Stainer. Jacob Stainer ontwikkelde het topmodel van
de barok-vioolbouw, kleinere inhoud en hooggewelfd,
aangenaam van klank maar met een kleine toon. Tegen het
einde van de 17e eeuw maakte Stradivari zijn "lange
model" met vrij vlakke bladen. Dit model werd het
klassieke model en voorbeeld voor de moderne vioolbouw
en gezien als het ideale instrument.
Toch bleven de Stainer-violen langere tijd de meest geliefde
en gevraagde, zelfs ten tijde van Stradivari. Bij de "modernisering"
rond 1780 bleken de vlakke modellen van Stradivari het
gunstigst reageren op de aanpassingen en kregen daardoor
een enorme waardering en worden geroemd vanwege de briljante
klank.