| Vioolbouw
Ligt
de oorsprong van de vioolbouw in Italië?
Men is er heel lang van uit
gegaan dat de vroegste ontwikkeling van de viool in Italië
heeft plaats gevonden.
Dit idee is gebaseerd op drie
overtuigingen:
· De
oudst bewaarde violen zijn afkomstig uit Italië
· De
oudst bekende muziek die voor viool is geschreven is
afkomstig uit
Italië.
· De
vroegste afbeeldingen van violen en vioolachtige instrumenten
zijn te zien in de Italiaanse kunst.
Op het eerste gezicht lijkt
bovenstaande stelling juist te zijn. Vergeleken met de kennis
over de vioolbouw in andere landen is de informatie over
de Italiaanse overweldigend. Nader wetenschappelijk onderzoek
roept evenwel over deze "bevoorrechte" positie
van Noord Italië enkele vragen op.
Van de vele onderzochte vroeg Italiaanse instrumenten (16e
eeuw) kon van geen enkele de authenticiteit met zekerheid
worden vast gesteld.
We weten te weinig over de vroege Italiaanse violen en hun
bouwers om er zeker van te zijn dat zij al in de 16e
eeuw gebouwd werden.
We kennen in dit verband de bouwerfamilie Linarolo in Venetië
en Dorigo Spilman. Het is niet uitgesloten dat Linarolo
en Spilman deel uitmaakten van een groep muzikanten die
zelf hun instrumenten bouwden.
Vanaf 1558 zijn in Brescia de vioolbouwers Michele Zaneto
en Battista Doneda werkzaam. Rond 1580 bouwde Gasparo da
Salo violen voor de export vooral naar Frankrijk. Hierdoor
is da Salo de meest bekende vioolbouwer van de vroege Italiaanse
periode.
In Cremona zou Andrea Amati
zelf nog geen violen hebben gebouwd maar als luitenmaker
grote faam hebben verworven. Zijn zonen Antonio en Giralmo
zouden de instrumenten hebben gebouwd die als de vroege
Cremonese violen te boek staan. In noordwest Italië en Tirool
treffen we in 16e eeuw instrumenten aan die verwijzen naar
de Zuid Duitse speelmans traditie.
Het is niet ondenkbaar dat de Italiaanse vioolbouw zich
ontwikkelde onder invloed van de politieke en culturele
noordzuid invloeden vanuit Zuid Duitsland.
Er waren in deze tijd in de Noord Italiaanse steden als
Milaan maar ook in Florence en Ferrara Duitse en Poolse
speelmannen actief. De instrumenten van deze muzikanten,
die klein meerstemmige ensembles vormden, zullen ongetwijfeld
invloed hebben gehad op de ontwikkeling van de Italiaanse
viool.
Ook is het niet toevallig dat de vroegste afbeeldingen van
een Italiaanse viool te zien is in Vercelli op een schilderij
van Gaudenzio Ferarri " Madonna degli Aranci"
uit 1530. Een andere nog oudere afbeelding geldt als de
allereerste weergave van een "viool" in de Italiaanse
iconografie.
Dat is een fresco van Garofalo in de schatkamer van het
Palazzo van Ludovico il Moro in Ferrara.
Opvallend is dat in de schilderkunst de violen meestel voorkomen
in handen van engelen, heiligen en mythologische figuren.
Hetgeen er op kan wijzen op dat de vroege viool bij de hoven
en de adel minder bekend en nog geen vertrouwd instrument
was in de 16e eeuw.
De burgerij kende de viool in handen van de speelmannen
die vanuit Zuid Duitsland en Polen van stad naar stad trokken.
En van de Sefardische Joden die Spanje en Portugal ontvluchtten.
Het feit dat de meeste
van deze afbeeldingen zich in Lombardije bevinden en dat
Lombardije lange tijd tot het Duitse Keizerrijk behoorde
en later tot het Habsburgse rijk, zou een aanwijzing kunnen
zijn dat de Zuid Duitse vioolbouwtraditie van grotere invloed
is geweest op de Italiaanse dan omgekeerd. In zowel de iconografie
als in geschreven teksten komt de viool in Italië later
voor dan in Zuid Duitland.
Het is niet denkbeeldig dat
de klassieke Italiaanse viool zich ontwikkelde van uit de
sterk door de Duitse traditie beïnvloede vroege Noord Italiaanse
vioolbouwkunst.
wordt
vervolgd
|